De locatie was perfect. Een verkeersarme straat in een rustig provinciestadje. De twee-onder-een-kap van rond de eeuwwisseling, vlakbij het centrum. Ideaal voor een jong gezin met twee kleintjes van 2 en 4 jaar oud.
Kort nadat het gezin zijn intrek in de nieuwe woning had genomen, verscheen er een ploeg stratenmakers op het braakliggende terreintje achter het huis. In hoog tempo werd het rommelige akkertje van de naburige middelbare school omgetoverd tot een prachtig plein. Met aan weerszijden twee vandalismebestendige doeltjes.
Direct na de schoolvakantie werd het woongenot van de nieuwe bewoners ruw verstoord. Vanaf dag één vlogen er voetballen over de scheidingsmuur tussen het schoolplein en de eengezinswoning. Op het dak van de garage, op het gazon en op het terras tussen de spelende peuters. Steevast gevolgd door klauterende pubers, die brutaal de verloren ballen opeisten.
Gesprekken met de schooldirectie bleven vruchteloos. Aangetekende brieven zonder resultaat. Ten einde raad zag het gedupeerde gezin zich genoodzaakt een advocaat in te schakelen. Deze adviseerde een kort geding. Een snelle rechtszaak, die binnen enkele weken tot een uitspraak kon leiden.
Er was echter een complicatie. De schoolleiding zou de overlast ongetwijfeld bagatelliseren. Die paar ballen per jaar, waren die nou echt zo hinderlijk? Het was het woord van de een, tegen dat van de ander. De jurist raadde zijn cliënten daarom aan video-opnamen te maken.
De bewegende beelden van dagelijks overvliegende ballen en klimmende jongeren vormden op de terechtzitting doorslaggevend bewijs. De school werd door de rechter veroordeeld de overlast onmiddellijk te beëindigen. Voor iedere leerling die zich nog op het erf van de eisers zou vertonen, werd een dwangsom van € 1000 per keer vastgesteld. De boete voor een over de muur geschoten bal werd bepaald op ‘slechts’ € 500. Het was gedaan met de voetbalpret.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten